Zelfbeschikking

Ooit was ik min of meer anarchist. Anarchist in de zin dat ik, en de mensen om mij heen eveneens, grote twijfels had over de manier waarop de staat (zo noemden we de overheid toen) ons van alles opdrong, oplegde, regelde. Zou het niet veel mooier zijn als mensen samen beslissingen nemen, onderling bepalen hoe ze hun omgeving inrichten, bepalen hoe ze wilden leven?

Het waren de jaren zeventig, en ik werd achttien toen ze voorbij waren.

Op het eerste gezicht zou je denken dat ik inmiddels in het paradijs leef. De overheid laat anno 2014 geen kans voorbij gaan om haar eigen onvermogen, bescheidenheid, en als het even kan non-existentie te ventileren. De overheid is slechts ‘regisseur’, ‘facilitator’, ‘mogelijk maker’. Een beetje politicus of bestuurder kan tegenwoordig zijn dag vullen met het openen van buurtmoestuinen, het opstarten van processen van ‘cocreatie’, het bezoeken van eigenkracht bijeenkomsten, en het voeren van stadsgesprekken.

In het hele sociale domein (bestuursjargon voor welzijn, zorg, sociale zekerheid, dat soort dingen) in het sociale domein dus staan tegenwoordig de wensen van mensen centraal. Lees de serie advertenties die het ministerie van VWS plaatste om uit te leggen wat er gaat veranderen in de zorg, er maar op na: mensen willen heel graag langer thuis blijven wonen, ze willen ook graag verzorgd worden door vertrouwde mensen, ze willen meer zelf kunnen kiezen, en dat gaan we allemaal mogelijk maken, na 1 januari!

Dat de anarchist in mij niet staat te juichen over de veranderingen in de zorg hoeft denk ik, na de coming-out van de vader van de verantwoordelijk staatssecretaris, weinig betoog. Miljardenbezuinigingen verkopen als het vergroten van zelfbeschikking is een tikje lastig. In een opmerkelijk stuk in De Groene Amsterdammer van vorige week komen zelfs de full-believers Jos van der Lans en Pieter Hilhorst terug op hun vertrouwen in de mantra van de ‘eigen kracht’. Hen is inmiddels gebleken dat mensen die in de knel zitten, tegenwoordig nauwelijks meer durven te vertellen dat ze nog wel eens contact met een familielid of kennis hebben: dan kan de pechhebber in kwestie immers een beroep op dit netwerk doen, en is publieke zorg dus niet nodig. Onze dakloze schoonmaker maakte hetzelfde mee: aangezien hij iemand kende waar hij een enkele keer kon overnachten, had hij toch eigenlijk geen woning meer nodig, hij had toch een netwerk?

Tot zo ver de zelfbeschikking in de zorg.

Maar dan die andere tak van sport, de buurtmoestuinen, de cocreatie in de openbare ruimte, waardoor doen die het anarchistische hart ook nauwelijks harder kloppen? Zeker, er zijn prachtige initiatieven, en het is een groot goed dat steeds meer gemeenten daar ruimte aan geven. Maar het is zo beperkt. Het gaat vaak over minuscule stukjes land die lagen te verloederen, of op zijn minst toch geen geld op konden brengen. Over de échte stedelijke ingrepen – een nieuw winkelgebied, een woonwijk, een weg – daarover beslist het bestuur nog gewoon zelf.

Dat ik wat sceptisch ben over het enthousiasme waarmee de ‘doe-democratie’ wordt omhelsd, heeft nog een andere, misschien iets fundamentelere reden. Ik heb namelijk de indruk dat het dit kabinet helemaal niet om zelfbeschikking gaat. Want waarom dan niet iets meer zelfbeschikking of zo je wilt eigenwaarde gunnen aan de honderdduizenden bijstandsgerechtigden en andere werklozen? Waarom niet wat meer eigen kracht bevorderen bij leerlingen, in plaats van een onderwijssysteem dat meer en meer de teugels aanhaalt? Kortom, áls er al sprake is van het serieus nemen van mensen, dan gebeurt dat alleen als het goed uitkomt.

De omarming van de spreekwoordelijke buurtmoestuinen gaat bovendien gepaard met een vorm van zelfkastijding door overheid en politiek die pijnlijk is. Het enthousiasme voor de rol van facilitator, regisseur en mogelijk-maker, wordt vergezeld van zinnen die zijn samen te vatten als ‘sorry dat ik (nog) besta’. Het miskent  de rol die overheid en politiek hebben als afweger van belangen, als hoeder van het niet-koopkrachtige en niet-vocale belang, als middel tegen prisoner’s dilemma’s, ja als vertegenwoordiger van ‘ons met z’n allen’. En laten dat nou net de dingen zijn waardoor ik het anarchisme een ietwat beperkte denkrichting vond, zo pakweg vanaf mijn achttiende Hoe mooi die boeken van Emma Goldman ook waren.

2017-10-04T13:45:23+00:00